
Een speurtocht hoeft geen stapel ingewikkelde raadsels te bevatten. Met drie herkenbare plekken en een speelgoedfiguur dat iets zoekt, heb je al een verhaal. De aanwijzingen kunnen tekeningen, vormen of korte zinnen zijn. Kies de route passend bij de kinderen en laat de laatste vondst iets zijn waarmee ze meteen verder kunnen spelen.
Begin bij de laatste vondst
Bedenk eerst wat er aan het einde wordt gevonden: een knuffel, een doos bouwstenen of een kaart die naar een gezamenlijke activiteit verwijst. Leg die vondst op een bereikbare plek. Kies vervolgens twee eerdere vindplaatsen, zoals naast de boekenkast en op een lage tafel.
Spreek duidelijk af welke ruimtes bij het spel horen. Gebruik geen plekken waarvoor kinderen moeten klimmen, in apparaten moeten kijken of spullen uit onbekende kasten moeten halen. Een zichtbaar kaartje op een afgesproken meubelstuk kan al spannend genoeg zijn.
Kies aanwijzingen die kinderen zelf kunnen gebruiken
Teken voor jonge zoekers het voorwerp waar de volgende aanwijzing ligt. Voor lezers kun je een korte beschrijving maken, bijvoorbeeld “Hier wonen onze voorleesboeken”. Laat een volwassene de aanwijzing voorlezen als dat prettiger is; lezen hoeft niet de drempel van de speurtocht te worden.
Met stempels kun je terugkerende symbolen maken. Een dierfiguur, bijvoorbeeld uit de DUPLO Dierentrein, kan de gids van het verhaal spelen. Gebruik voor jongere kinderen uitsluitend passende onderdelen en laat kleine briefjes of voorwerpen niet rondslingeren.
Test de route voordat de zoektocht begint
Loop zelf van aanwijzing naar aanwijzing. Wijst ieder kaartje naar de volgende plek, of per ongeluk naar zichzelf? Is er maar één logische plek voor de beschrijving? Een aanwijzing als “onder de stoel” is onduidelijk wanneer er zes stoelen in de kamer staan.
Houd de eerste route kort. Drie vondsten geven al een begin, midden en einde. Je kunt beter na afloop nog een tweede speurtocht maken dan halverwege een lange route kinderen proberen terug te halen die hun belangstelling hebben verloren.
Geef iedereen een rol
Laat bij meerdere spelers één kind het kaartje dragen, een ander de plek zoeken en een derde de vondst meenemen. Wissel bij iedere aanwijzing. Spreek af dat een kaartje pas wordt geopend als iedereen bij de vindplaats is, zodat snelle zoekers niet het hele verhaal overnemen.
Voor een grotere groep kun je dezelfde route met een begeleider lopen in plaats van er een wedstrijd van te maken. Meer ideeën voor korte groepsactiviteiten staan in spelletjes voor een kinderfeestje. Houd altijd rekening met de beschikbare ruimte en het aantal kinderen.
Laat de vondst het volgende spel beginnen
Als de schat een bouwdoos is, kan de groep samen een huis voor het gevonden figuur maken. Een knuffel kan vertellen waar hij zich had verstopt. Daarmee eindigt de zoektocht niet in een los moment van uitpakken, maar in iets waar de kinderen al nieuwsgierig naar zijn.
Laat een kind daarna drie plekken voor jou kiezen en help alleen met de aanwijzingen. Op een lange middag kun je de speurtocht afwisselen met een rustig idee uit binnen spelen op een regenmiddag. Bewaar de beste kaartjes in een envelop voor een volgende ronde.
Meer ideeën binnen dit thema: Puzzels & spellen.
