
Een bal vangen wordt een prettiger spel als de worp past bij de ontvanger. Ga dichtbij staan, spreek af wanneer je gooit en gebruik geschikt, zacht materiaal. Wie liever eerst rolt of een bal laat stuiten, kan daarmee beginnen. Kies een gezamenlijke opdracht, zoals een paar rustige uitwisselingen, in plaats van een wedstrijd waarin iedere misser telt.
Begin met rollen en klaarstaan
Ga op een geschikte vlakke plek tegenover elkaar zitten of staan en rol de bal rustig heen en weer. Spreek een woord af, bijvoorbeeld “klaar”, zodat de ontvanger weet wanneer de bal komt. Kijk samen hoeveel ruimte tussen jullie prettig voelt.
Kies materiaal dat past bij de leeftijd en de manier waarop jullie spelen. Houd de speelrichting vrij van anderen en breekbare spullen. De afstand mag klein blijven; een succesvolle uitwisseling dichtbij is een prima spel op zichzelf.
Maak de eerste worpen voorspelbaar
Wanneer beide spelers willen gooien, kies je een rustige onderhandse worp naar de ontvanger. Laat de ontvanger aangeven of de bal lager, rustiger of van dichterbij mag komen. Gooi pas nadat de ander klaarstaat en richt niet op het gezicht.
Een bal die op de grond komt hoeft geen nieuwe opdracht of strafpunt op te leveren. Pak hem rustig op en probeer opnieuw. De ideeën uit mikspelletjes zonder afvallers helpen om iedereen bij het spel te houden.
Gebruik vangmateriaal als een andere spelvorm
Het BS Toys vangspel met klittenband is een productvoorbeeld voor samen gooien en opvangen met bijbehorend materiaal. Volg de leeftijdsinformatie en aanwijzingen van de set. Vangen met een plankje voelt anders dan vangen met twee handen.
Een pittenzak naar een doel gooien, bijvoorbeeld met materiaal uit SES Croquet en pittenzak gooien, is weer een aparte activiteit. Presenteer die als afwisseling wanneer gericht gooien op dat moment beter past, zonder te doen alsof het dezelfde beweging is.
Verander één afspraak per ronde
Laat de afstand gelijk en probeer eerst een afgesproken aantal rustige uitwisselingen. Wil je daarna iets veranderen, kies dan óf een kleine stap achteruit óf een andere manier van opvangen. Zo blijft duidelijk wat de ronde anders maakt.
Een gezamenlijk doel kan ook een patroon zijn: na iedere vangst de bal kort stilhouden voordat je teruggooit. Stop met tellen als dat vooral spanning oplevert. Bij spelletjes voor twee kinderen vind je meer manieren om beurten overzichtelijk te houden.
Maak vangen één onderdeel van een speelronde
Je kunt na een paar uitwisselingen wisselen naar een rustige loopopdracht of een mikvak. Zet activiteiten naast elkaar met voldoende vrije ruimte, zodat een lopende speler niet door de werprichting gaat. Laat de groep weten wanneer een onderdeel begint en eindigt.
Voor zo’n opstelling kun je aansluiten op een buitenparcours of een korte ronde kleuren zoeken buiten. Eindig met een afstand en vorm die prettig voelen. Het hoeft niet iedere ronde moeilijker te worden.
Meer ideeën binnen dit thema: Bewegen & buitenspelen.

